Home > Inspectie > 4 mythes over werken op hoogte

4 mythes over werken op hoogte

12-06-2017

artikel_Linnitt_3m_150x150

Werkgevers en werknemers zijn wettelijk verplicht om zelf voor hun eigen veiligheid te zorgen bij werken op hoogte. En voor die van anderen die de gevolgen kunnen ondervinden van hun handelingen.

Volgens de Inspectie SZW en de gezondheidsraad blijft werken op hoogte een belangrijke oorzaak van dodelijke ongevallen en ernstige verwondingen op het werk. Daarom dit signalement van vier hardnekkige mythes over veilig werken op hoogte.

Mythe 1: Het product heeft CE-markering, dus is het een veilig product

Een van de belangrijkste mythes die binnen de wereld van het werken op hoogte de ronde doet, is de overtuiging dat persoonlijke beschermingsmiddelen veilig te gebruiken zijn als ze een CE-markering hebben. Maar al te vaak is het zo dat bedrijven focussen op wettelijke minimumvoorschriften of specifieke eisen, maar geen grondig inzicht ontwikkelen in de vereisten van de specifieke taak. Zo begrijpen vele niet dat er een testmassa van 100 kg wordt gehanteerd om vaak gebruikte valstopuitrustingen te valideren. Aangezien het Office of National
Statistics (ONS) uitgaat van een gemiddeld gewicht van 84 kg en een gemiddelde lengte van 175 cm voor een volwassen man, lijkt de testwaarde van 100 kg voldoende. Denk dan eens aan het extra gewicht dat werkers op hoogte meedragen, zoals gevulde gereedschapsgordels. CE EN-conformiteitsmarkeringen certificeren dat een product voldoet aan de afgesproken Europese minimale criteria. Alerte fabrikanten gaan verder dan deze minimale criteria en willen de prestaties, levensduur, comfort en functionaliteit verbeteren.

> LEES OOK: 5 tips voor veilig werken op hoogte 

Mythe 2: Alle persoonlijke valbeveiligingsoplossingen zijn geschikt voor alle werkzaamheden

Als de kopers van persoonlijke valbeveiligingssystemen niet begrijpen hoe een dergelijke uitrusting werkt, kan valbeveiligingsuitrusting het valrisico zelfs vergroten. Stel, een werknemer is aan het werk bij een onafgewerkte betonnen rand. Hij zit vast aan een EN 795 ankerpunt ter hoogte van de voeten, met gebruikmaking van een EN 355 vallijn, correct bevestigd aan een EN 361 harnas. Alle onderdelen zijn CE-gemarkeerd. Zijn deze beschermingsmiddelen echter niet getest op hun bestandheid tegen scherpe randen, dan kunnen ze in deze situatie toch tekortschieten. De gebruiker is hierdoor blootgesteld aan een aantoonbaar groter risico. Hij is zich immers niet bewust van het gevaar. Om veilig te werken zijn er verschillende oplossingen beschikbaar, afhankelijk van de situatie.
Ervoor zorgen dat de gekozen persoonlijke valbeveiligingssystemen geschikt zijn voor de uit te voeren werkzaamheden, is maar een deel van het verhaal. Het is ook van essentieel belang dat het gekozen systeem aansluit bij de wensen van de persoon die het gaat gebruiken. Mocht de gebruiker de uitrusting oncomfortabel en niet gebruiksvriendelijk vinden, of van oordeel zijn dat die hem hindert bij het werk, dan is het verleidelijk die niet te gebruiken of op een manier die de correcte werking ervan in gevaar brengt.

Mythe 3: Ik hoef mijn uitrusting toch niet bij elk gebruik opnieuw te inspecteren?

De PBM-richtlijn voorziet in verplichtingen rond de inspectie van de uitrusting. Deze richtlijn geeft informatie over inspectieprogramma’s, de frequentie, procedure en grondigheid van de inspecties en welke gegevens moeten worden bijgehouden. Naast de Arbowet noemt ook NEN 365:2004 (norm voor persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen vanaf hoogte, vereisten voor inspectie). De fabrikant van de veiligheidsuitrusting verschaft productspecifieke inspectievereisten die de gebruiker in het inspectieprogramma moet opnemen. Om een aantal praktische redenen is het zinvol om inspectie tot een vast onderdeel te maken van het gebruik van persoonlijke valbeveiligingssystemen. De kwaliteit van gebruikte materialen verslechtert na verloop van tijd sowieso, ongeacht de situaties waarin de producten worden gebruikt. Daarnaast veroorzaken schuring en beschadiging verlies van kracht. Elk PBM dat tekenen van dit soort slijtage vertoont is rijp voor afkeuring, net als uitrusting die aan hoge schokbelasting heeft blootgestaan.
Controle van de uitrusting vóór elk gebruik is noodzakelijk, bij voorkeur door de gebruiker zelf. Dit proces hoeft maar enkele minuten te kosten en moet een visuele controle omvatten van banden, kabels en elk ander element van textiel. Verder is een controle nodig op de werking van bepaalde onderdelen, zoals ankerpunten, vallijnen, gespen op harnassen en andere apparatuur die onderdeel uitmaakt van het valbeveiligingssysteem.

Mythe 4: Een specifieke opleiding? Welnee, die hebben we helemaal niet nodig

Dodelijke valpartijen kunnen ook het gevolg zijn van een gebrek aan opleiding of inzicht in het praktische gebruik van de uitrusting en het belang van die uitrusting. De beste persoonlijke valbeveiligingssystemen ter wereld kunnen pas volledige bescherming bieden als de gebruikers degelijk zijn opgeleid in hun gebruik. Alle werkgevers moeten dan ook zorgen voor opleidingsprogramma’s die zijn afgestemd op de specifieke taken en de omgeving waarin die worden uitgevoerd. De opleidingen moeten zich richten op het individuele valbeveiligingssysteem, maar daarnaast ook betrekking hebben op:

  • het identificeren, elimineren en beheersen van mogelijk valgevaar;
  • het geregeld inspecteren, gebruiken en onderhouden van persoonlijke valbeveiligingssystemen;
  • het toepassen van een valbeveiligingsplan;
  • het naleven van geldende industriële normen.

Elk bedrijf moet bevoegde personen aanwijzen die het valbeveiligingsplan monitoren, de juiste opleiding verzorgen over valbeveiliging en ervoor zorgen dat alle werknemers goed zijn voorbereid voordat ze aan het werk gaan. In persoonlijke valbeveiligingssystemen gespecialiseerde fabrikanten kunnen opleidingsprogramma’s aanbieden die een klassikale opleiding combineren met een praktijkdeel. De klassikale opleiding zorgt voor volledig inzicht in de eisen die de regelgeving stelt, bewustzijn van de noodzaak om het juiste type uitrusting te gebruiken en het belang van correct onderhoud. In het praktijkgedeelte kunnen medewerkers in een gecontroleerde omgeving leren omgaan met de uitrusting. Want een val van hoogte is in het beste geval hoogst onaangenaam en in het slechtste geval fataal.
In veel werkomgevingen is het gevaar doorgaans voorspelbaar en overzichtelijk. Cruciaal dus om onderzoek te doen naar de geschikte uitrusting en te investeren in opleiding over een correct gebruik.

Stuart Linnitt | Global Engineered Systems Manager bij 3M Fall Protection

 

> Alles weten over PBM? Lees er meer over in de PBM Gids.
> In één dag weer helemaal op de hoogte van recente en komende wetswijzigingen en ontwikkelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden, praktisch en interactief? Kom naar de Arbo Actualiteitendag – De nieuwe Arbowet in de praktijk.

image_pdf

Deel dit bericht via: