Home > Bedrijfshulpverlening (BHV) > BHV: 6 tips voor een draaiboek ontruiming

BHV: 6 tips voor een draaiboek ontruiming

06-04-2016

draaiboek_270607559

Een ontruiming oefenen met het BHV-team? Dan is het prettig om een digitaal of papieren houvast te hebben: een zogeheten draaiboek ontruiming.

Hoe stel je zo’n draaiboek samen en wat moet erin staan om een zo efficiënt mogelijke ontruiming te kunnen organiseren? Heel handig om te weten en daarom volgen hier 6 praktische oefentips.

DRAAIBOEK ONTRUIMING

1. Stel vaste punten op

Om structuur te behouden en niets te vergeten tijdens de oefening, moeten er in het draaiboek vaste punten terugkomen: leerdoel, tijdspad, scenario, veiligheid, deelnemers oefening, enscenering en benodigde materialen, toestemming autoriteiten, aandachtspunten tijdens de oefening en evaluatiemoment.

2. Stel leerdoelen vast

Een ontruiming oefenen doet u niet omdat het leuk is. Vaak wil de BHV-organisatie concreet iets weten of leren van de ontruiming. Stel dus in het draaiboek leerdoelen vast. U kunt beleidsmatige doelen stellen, zoals het toetsen van het ontruimingsplan. Of operationele doelen, zoals het oefenen van de BHV-organisatie. Zo’n hoofddoel als ‘het oefenen van de BHV-organisatie’ is vervolgens in concrete subdoelen op te splitsen.

3. Omschrijf elk vast element

Tijdens de evaluatie van de oefening wil de BHV graag horen wat de oorzaak van de brand was en welke betrokkenen erbij waren. Denk dus van tevoren na over de mogelijke scenario’s en benodigdheden bij de nep-ontruiming. Onder het kopje tijdspad komen de datum en de verwachte tijdsverloop van de oefening, inclusief voorbesprekingen, uitzetten en evalueren van de oefening. Het scenario omvat de omschrijving van de uitgedachte oefening met de oorzaak. Ook het slachtofferbeeld van de eventuele slachtoffers moet u in het scenario omschrijven, zodat de (lotus)slachtoffers weten wat zij moeten spelen.

4. No Play

‘No Play’! Deze term gebruiken spelers om aan te geven dat iets niet bij de oefening hoort. Een slachtoffer kan realistisch spelen dat hij een hartaanval voelt aankomen. Vervolgens kan hij nóg realistischer spelen dat hij daadwerkelijk een hartaanval voelt aankomen. De BHV en de oefenleiding kunnen dan denken dat dit bij het spel hoort. Om dit soort situaties te voorkomen spreken betrokkenen de code ‘No Play’ af. Zodra iemand deze term gebruikt, betekent dit dat de oefening onmiddellijk ten einde is en het vanaf dat moment echt is.

5. Vraag toestemming

Voordat medewerkers een ontruiming mogen oefenen, moet het management hiervoor toestemming geven. De oefening verstoort immers de normale gang van zaken in het bedrijf of de organisatie. Ook de Regionale Meldkamer van de hulpdiensten moet weten dat er een oefening wordt gehouden en dat er mogelijk telefonische alarmmeldingen binnen kunnen komen. Uiteraard hoeven de externe hulpdiensten niet op die meldingen te reageren.

6. De aandachtspunten

Ten slotte legt u in het draaiboek nog de eventuele aandachtspunten vast. Denk daarbij aan een ruimte die niet meedoet in de oefening, een persoon die extra hulp nodig heeft bij een ontruiming, en de locatie en deelnemers van de evaluatie na de oefening.

Bron: brandveilig.com

 

> Meer weten over BHV en ontruimen? In de Gids Bedrijfshulpverlening vindt u alles wat u erover weten moet.

Bekijk ook: Praktijkboek Bedrijfshulpverlening

image_pdf

Deel dit bericht via:


    9 comments