Home > Arbowet > Arbozorg als dynamisch proces

Arbozorg als dynamisch proces

25-02-2009

Rob Poort

 

Het praktijkblad Veiligheid volgt nauwkeurig de actuele juridische ontwikkelingen in relatie tot het brede vakgebied.

 .

 

Een werknemer werk aan de productielijn van een verpakkingsmachine. Op een gegevens moment loopt een nieuwe rol folie vast. De man zet de machine niet eerst uit, maar probeert al draaiend de storing op te heffen. Dit pakt niet goed uit.

Een man wordt door een uitzendbureau gedetacheerd bij een productiebedrijf voor werk aan een verpakkingsmachine. Deze machine dekt plastic bakjes, gevuld met groente, af met cellofaanfolie. In de machine zitten messen waarmee de folie wordt afgesneden. De machine kan worden stopgezet door het indrukken van een rode knop die een stukje verderop in de productiehal zit.

Als de machine na het plaatsen van een nieuwe rol folie vastloopt, probeert de man om met de hand een vastgelopen plastic bakje los te maken. De machine stilzetten doet hij niet. Want hij moet daarvoor van zijn plaats komen en bovendien weet hij uit ervaring dat de machine na het daarna opnieuw opstarten vaak weer vastloopt. Als het bakje is weggehaald, gaat de machine direct weer lopen terwijl de werknemer nog met zijn hand in de machine zit. Daardoor raken wijs- en middelvinger van zijn rechterhand bekneld en worden de bovenste kootjes afgesneden. De werknemer vordert zowel van zijn eigen werkgever als van het inlenende bedrijf schadevergoeding.

De kantonrechter verwijst naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Ook in deze zaak is gebleken dat het inlenende bedrijf na het ongeval met een machine is gaan werken waarin de gevaarlijke openingen door middel van een tunnelconstructie zijn afgeschermd. Het zou daarom voor de hand hebben gelegen dat al eerder was onderzocht of de machine beveiligd kon worden. Dit te meer omdat uit foto’s blijkt dat het betrekkelijk eenvoudig was om vanaf de bedieningsplaats met de hand achter in de machine op de gevaarlijke plaats te komen. Daar komt nog bij dat de noodstop op enige afstand van de machine was geplaatst, zodat een werknemer bij een storing snel geneigd is de storing op te lossen zonder de machine eerst af te zetten. Dat had het bedrijf zich ook moeten realiseren.

Verder is niet gesteld of gebleken dat het bedrijf schriftelijke instructies heeft gegeven. Er was ook geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de werknemer. Omdat die dagelijks achter de machine werkte, had het bedrijf rekening moeten houden met eventuele onvoorzichtigheid van de kant van de werknemer. De vordering wordt toegewezen.

De uitspraak van de Hoge Raad waar de kantonrechter naar verwijst, is van 11 november 2005. In dat arrest ging het ook om een gevaarlijke machine met een opening waarin een werknemer zijn vingers kon steken. De Hoge Raad sprak daarin onder meer uit dat als na een ongeval blijkt dat er betere methodes zijn om zo’n ongeval te voorkomen, onderzocht moet worden waarom dat dan niet voor het ongeval is gebeurd. Zeker als de beschermingsmaatregel betrekkelijk eenvoudig te realiseren is. Dat betekent dus dat steeds moeten worden gekeken of de beveiliging nog wel toereikend is. Daarmee wordt de zorg voor arbeidsomstandigheden een dynamisch proces. En zo heeft de wetgever het ook bedoeld in de arbowetgeving: bij het nemen van maatregelen moet steeds worden gelet op de stand van de techniek en de professionele dienstverlening.

Kantonrechter Amsterdam, 2 november 2007, JAR 2008, 42

image_pdf

Deel dit bericht via: