Home > Bedrijfshulpverlening (BHV) > BHV en BIO in de mix

BHV en BIO in de mix

17-07-2017

mixer_253977781

De juiste mix van BIO-maatregelen en het gelijkwaardigheidsbeginsel uit het Bouwbesluit maken een verantwoorde bedrijfseconomische keuze mogelijk voor een goede BHV-inrichting.

Tot 2007 gold in de Arbowet de rekenregel dat het aantal BHV’ers ten minste 1:50 van het aantal werknemers en andere aanwezigen moest zijn. Sinds 2007 geeft de Memorie van Toelichting van de Arbowet uitdrukkelijk aan dat de 1:50-regel definitief is geschrapt.

Zwaartepunt verschuiven binnen componenten BIO-mix

De RI&E dient nu als basis voor het vaststellen van het aantal en de deskundigheid van BHV’ers. Er zijn zo veel bedrijfshulpverleners nodig dat, rekening houdend met ziekte, vakanties of ploegendiensten, er op elk moment voldoende in het bedrijf aanwezig zijn. Met het Bouwbesluit 2012 kwam de mogelijkheid in beeld het zwaartepunt te verschuiven binnen de drie componenten van de BIO-mix (Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische maatregelen) door gelijkwaardige oplossingen. De NEN 8112: 2017 ‘Bedrijfsnoodorganisatie en bedrijfshulpverlening’ noemt deze mogelijkheid ook uitdrukkelijk.

Drie oplossingsrichtingen in de BIO-mix

Artikel 1.3 van het Bouwbesluit geeft aan dat gelijkwaardige oplossingen mogelijk zijn. Beheersmaatregelen die volgen uit de risicoanalyse en het vaststellen van de maatgevende scenario’s kunnen we onderverdelen in drie oplossingsrichtingen in de BIO-mix. Bouwkundige maatregelen zijn hier bijvoorbeeld brandcompartimentering en brandvertragende constructies. Installatietechnische maatregelen zijn hier brandmeldinstallaties, automatische blusinstallaties en sprinklersystemen. Ze vormen een uitwisselbaar geheel met de te nemen organisatorische maatregelen waarin de BHV moet functioneren.

Hetzelfde veiligheidsniveau met een kleinere BHV-organisatie maakt het management beslist blij

Gelijk veiligheidsniveau met minder mankracht

Een voorbeeld. Door te verschuiven naar preventieve maatregelen (B en I) ligt het organisatorisch zwaartepunt niet meer alleen op repressie. De grootte en deskundigheid van de BHV-organisatie kunnen daarop worden aangepast. Slaagt de arbo-adviseur of het Hoofd BHV erin aantoonbaar te maken dat hetzelfde veiligheidsniveau te behalen is als voorheen met een omvangrijke BHV-organisatie, dan zal het management daar beslist blij van worden. Tenslotte staan bij veel bedrijven de frequentie en impact van BHV-oefeningen in toenemende mate onder druk.

BIO-mix met vierde component: de cultuurladder

Aan de BIO-mix voegen we tegenwoordig als vierde component wel de cultuurladder van Parker en Hudson toe. Die is opgebouwd uit vijf ambitieniveaus met bijbehorende kenmerken. Elk niveau geeft een ontwikkelingsplatform aan van de veiligheidscultuur in een bedrijf. De ambitie van een hogere bedrijfscultuur is een continu proces van metingen, onderling vertrouwen en groeiende verantwoordelijkheid. De ultieme uitkomst is een bedrijf waar veiligheid tussen ieders oren zit, zowel op de werkvloer als in het management.

 

> Dit is een korte samenvatting van het artikel ‘BIO in de BHV’ van Frits Schut. Lees het volledige artikel in Vakblad Arbo.

> LEESTIPS: de Gids Bedrijfshulpverlening en Het Praktijkboek BHV

image_pdf

Deel dit bericht via: