Home > Bedrijfshulpverlening (BHV) > BHV in zorginstellingen: hoe zorg je daarvoor?

BHV in zorginstellingen: hoe zorg je daarvoor?

21-03-2011

Onlangs zijn drie bewoners van een psychiatrische instelling voor ouderen in Oegstgeest om het leven gekomen door een brand. Drie andere bewoners en een medewerker raakten gewond.

Ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorginstellingen, verzorgingstehuizen, verslavingszorg, jeugdzorg en gehandicaptenzorg hebben te maken met niet-zelfredzame personen. Binnen de BHV moet daarom gewaarborgd zijn dat deze personen in geval van ontruiming onder begeleiding het pand kunnen verlaten. Een ander belangrijk aspect waar zorginstellingen mee te maken hebben is dat de patienten of clienten niet alleen overdag aanwezig zijn, maar vaak ook in de weekenden en ’s nachts.

 

De Praktijk

Uit inspecties door de arbeidsinspectie blijkt dat in de zorgsector de BHV nog niet altijd goed geregeld is.  In diverse zorginstellingen is de bezetting van de bedrijfshulpverlening in de weekenden en ’s nachts onvoldoende om patienten en clienten tijdig te evacueren. Daarnaast wordt er in onvoldoende mate geoefend met BHV-ers en overig personeel en zijn patienten, clienten en familieleden lang niet altijd op de hoogte hoe te handelen in geval van een calamiteit.

De organisatie van de bedrijfshulpverlening in de zorg is geen aanpak die een op een kan worden overgenomen. Deze organisatie vraagt om maatwerk. Arboprofessionals kunnen een belangrijke rol spelen in de opzet van een BHV-organisatie.

 

Restrisico’s

Allereerst is een helder overzicht van de restrisico’s vanuit de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) noodzakelijk. Bij het weergeven van de restrisico’s maakt een evaluatie inzichtelijk met welke ongewenste scenario’s rekening gehouden moet worden. Wordt er bijvoorbeeld gewerkt met gevaarlijke stoffen in een ziekenhuis,  dan moet dit bij de beoordeling van de restrisico’s duidelijk zijn. In een scenario kun je dan  vervolgens omschrijven op welke wijze de gevaarlijke stoffen bij een calamiteit van invloed kunnen zijn.

In de inventarisatie is verder zichtbaar welke aspecten een grote invloed hebben op de BHV organisatie, zoals het aantal aanwezige personen op verschillende tijdstippen van de dag en de mate waarin deze personen zelfredzaam zijn. De oppervlakte en indeling van de locatie zijn belangrijke gegevens net zoals de verdeling van personen over de locatie. Ook de aanrijtijd van de hulpdiensten moet in kaart zijn gebracht.

 

Opzetten van de BHV organisatie

Met restrisico’s en andere relevante factoren kun je een BHV-organisatie opzetten. Calamiteitenscenario’s vormen hierbij een goed uitgangspunt. Daarnaast zijn de eisen vanuit de gebruikersvergunning die de brandweer afgeeft, leidend bij het opzetten van een BHV organisatie.

Een van de moeilijkste punten bij het opzetten van de BHV-organisatie blijkt keer op keer weer het bepalen van het aantal BHV-ers op de locatie. Het is niet voor niets dat dit onderwerp als knelpunt naar voren komt vanuit inspecties. Tot 1 januari 2007 bestond de wettelijke regel dat een organisatie op iedere 50 werknemers 1 BHV-er moest hebben. Sinds de wetswijziging van 1 januari 2007 wordt het aantal BHV-ers echter bepaald aan de hand van de RI&E.

Wanneer de restrisico’s en relevante factoren in kaart zijn gebracht, kun je bepalen hoeveel BHV-ers er bij verschillende scenario’s nodig zijn. Hierbij moet je rekening houden met verlof en ziekte van BHV-ers . Een handvat is het aantal benodigde BHV-ers te vermenigvuldigen met twee, zodat er altijd voldoende BHV-ers aanwezig zijn.

Het aantal BHV-ers moet altijd afgestemd zijn op  de mogelijke scenario’s en restrisico’s. Hierdoor kan de hoeveelheid BHV-ers per locatie sterk verschillen. Dit is ook zo in de wettelijke bepalingen opgenomen.

 

Overig personeel en aanwezigen

Naast het opleiden van een passend aantal BHV-ers zijn er instructies voor het overige personeel. Ook zij moeten weten hoe in geval van een calamiteit te handelen. Het kan ook een keuze zijn om het overige personeel op deelgebieden van de BHV op te leiden. Tegenwoordig bestaan er verscheidene e-learning programma’s waarin op een efficiente manier een groot gedeelte van de werknemers geschoold kan worden in de omgang met calamiteiten die binnen de locatie relevant zijn. Uiteraard vervangt een e-learning programma de BHV opleiding en de ontruimingsoefeningen niet, maar een dergelijk programma draagt er wel toe bij dat een groot gedeelte van het personeel meer dan slechts op basisniveau weet wat hij of zij moet doen in geval van calamiteit.

Naast instructies voor de werknemers mogen de instructies voor patienten, clienten en bezoekers niet ontbreken. Een ontruiming of redding zal makkelijker verlopen wanneer ook zij weten hoe te handelen bij calamiteiten. Het betrekken van deze groepen personen bij ontruimingsoefeningen is belangrijk.

 

Oefeningen

Realistische oefeningen in de praktijk vinden nog niet zo vaak plaats. Uiteraard kun je patienten niet overmatig belasten met BHV oefeningen, maar een realistische oefening levert veel voordeel op  wanneer er werkelijk een calamiteit plaatsvindt en het maakt tevens de evaluatie ten aanzien van de BHV organisatie betrouwbaarder.

Het betrekken van de brandweer bij ontruimingsoefeningen blijkt zeer effectief. Oefeningen in samenwerking met de brandweer is een win-win situatie.  Enerzijds leert de organisatie hoe de brandweer reageert en opereert tijdens een calamiteit en ook hoe de BHV organisatie hier op reageert. Anderzijds is de brandweer beter bekend met de locatie waardoor zij tijdens een echte brand adequater kunnen optreden en  brandweerlieden minder risico lopen. Schriftelijke verslaglegging van de inhoud van de BHV-oefeningen en de inhoud van de oefeningen is belangrijk. Deze verslagen passen goed in het BHV-plan.

 

BHV plan

In het BHV-plan staat een overzicht van  restrisico’s, scenario’s, gebouwgebonden aspecten, aanwezige personen op verschillende tijdstippen en aanrijtijden van de hulpdiensten. In dit plan staat ook het aantal BHV-ers en hun namen, aangevuld met de taken van de BHV-ers. Het plan bevat verder de verschillende procedures die gelden voor het beheersen van de verschillende calamiteiten en de middelen die binnen de BHV organisatie ingezet woren, zoals portofoons, piepers, brandblusmiddelen en EHBO middelen. Ook de verzamelplaats, de wijze waarop gecommuniceerd wordt met andere interne en externe personen en diensten en de manier waarop opvang en nazorg is georganiseerd voor de BHV-ers staan omschreven in dit plan.

 

Arbocatalogi

Omdat de organisatie van de bedrijfhulpverlening binnen de zorg een complex geheel vormt,  zijn er vanuit de branche op dit moment twee arbocatalogi ontwikkeld die van waarde kunnen zijn  bij de complete opzet van de BHV-organisatie. Vanuit de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) bestaat de arbocatalogus “Betermetarbo” en daarnaast bestaat de arbocatalogus voor verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg. De arbocatalogi zijn te vinden via www. Arboportaal.nl. Naast deze catalogi bieden ook de Handreiking bedrijfshulpverlening van de Stichting voor de Arbeid en het Arboinformatieblad Bedrijfshulpverlening en noodorganisatie  goede handvatten. Deze bronnen bieden hulp bij het structureel inbedden van  de BHV-organisatie in de organisatie.

 

Auteur: Sandra van der Lee

 

 

Voor u geselecteerd: Gids Bedrijfshulpverlening 

 

De Gids BHV wil een leidraad zijn voor het adviseren over, en het opzetten en in stand houden van een bedrijfshulpverleningorganisatie. Tevens voorziet de Gids de lezer van die informatie die nodig is om alle andere aspecten van zijn of haar functie goed uit te oefenen.

 

meer informatie 

image_pdf

Deel dit bericht via:


    One comment

    1. Reactie van John Renders

      Het is logisch dat in zorginstellingen de bezetting van de bedrijfshulpverlening ’s nachts onvoldoende is om patienten en clienten tijdig te evacueren. Het is voor een zorginstelling, met bijvoorbeeld 60 bewoners, toch onmogelijk (€€€€) om in de nachtelijke uren, waarin deze bewoners slapen, te allen tijde meerdere BHV’ers cq medewerkers aanwezig te hebben voor een eventuele ontruiming. Het is belangrijker dat de aanwezige BHV’er en/of medewerker weet hoe te handelen en wat zij wel kunnen doen.