Home > Gevaarlijke stoffen > Boete voor gesjoemel bij asbestinventarisatie

Boete voor gesjoemel bij asbestinventarisatie

22-05-2017

asbestverwijdering_409903828

Een werkgever claimt dat er monsters zijn verwisseld bij een asbestinventarisatie. Hij heeft daarom onterecht boetes gekregen voor geconstateerde asbestovertredingen. Ziet de afdeling Bestuursrechtspraak iets in zijn verweer?

In augustus 2012 worden in een woning twee monsters genomen voor een asbestinventarisatie. Het ene monster is van een open haard, het andere van een plaat in een kozijn. Volgens het rapport is de open haard asbestvrij, de kozijnplaat bevat 10-15% chrysotiel. Verwijdering daarvan valt in risicoklasse 1. Het kozijn moet er daarom in zijn geheel uit, zonder bewerkingen aan de asbesthoudende plaat.

Kozijn niet in geheel maar in delen verwijderd

Een toezichthouder van de gemeente constateert in februari 2013 dat een bedrijf het kozijn in delen verwijdert. Hij meldt dit aan de Inspectie SZW. Die rapporteert dat verwijdering van de asbesthoudende plaat door het wegnemen van de glaslatten werkzaamheden zijn die vallen in risicoklasse 2. In augustus 2013 volgt een bestuurlijke boete van 27.600 euro wegens diverse asbestgerelateerde overtredingen van Arbowet en Arbobesluit. Bezwaar in juni 2014 is ongegrond. Beroep bij de rechtbank in december 2015 slaagt, in zoverre dat de boete omlaag gaat naar 23.850 euro vanwege een onjuiste toepassing van de Beleidsregel. De werkgever gaat in hoger beroep.

Werkgever: haard asbesthoudend, raamkozijn niet

De werkgever claimt dat de monsters bij de asbestinventarisatie zijn verwisseld: de haard was asbesthoudend, het raamkozijn juist niet. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ziet geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van het onderzoeksbedrijf. Een gecertificeerd bedrijf heeft de asbestinventarisatie verricht, een geaccrediteerd bedrijf de analyse van de monsters. In het inventarisatierapport en het analysecertificaat worden de monsters steeds op dezelfde wijze onderscheiden. Zowel rapport als certificaat geven geen blijk van onzorgvuldigheden.

Tegenstrijdige verklaring over verwijderde kozijnplaat

Er zijn tegenstrijdige verklaringen afgelegd over wat er na verwijdering met de kozijnplaat is gebeurd. Die zou tijdelijk – goed verpakt – in de kruipruimte van de woning zijn neergelegd. Volgens de arbeidsinspecteur bevatte deze plaat asbest en ontbraken sporen van monstername. De inspecteur heeft het monster van de kozijnplaat nogmaals laten analyseren. Wederom is vastgesteld: het monster was asbesthoudend. Ook heeft de arbeidsinspecteur verklaard dat hij uit ervaring weet dat panelen in kozijnen vaak bestaan uit meerdere platen, waarvan de binnenste of buitenste asbesthoudend kunnen zijn.

Geen twijfels over conclusies boeterapport asbest

Wat de werkgever hier tegenover heeft gesteld, is niet voldoende om te twijfelen aan de conclusie uit het boeterapport van de asbestinventarisatie. Die conclusie luidde dat de kozijnplaat die de werknemer had verwijderd, asbesthoudend was. De plaat die in de kruipruimte lag was een andere plaat of een niet-asbesthoudend gedeelte van de kozijnplaat. Het hoger beroep is ongegrond.

 

Bron: Raad van State, 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:590
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> Tip: bijblijven met jurisprudentie en de gewijzigde Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag.

image_pdf

Deel dit bericht via: