Home > Preventie > ‘Burn-out is geen ziekte’

‘Burn-out is geen ziekte’

14-03-2016

burn-out4

Burn-out wordt in Nederland erkend als beroepsziekte, die vooral slachtoffers maakt onder mensen met boeiend en interessant werk. In Frankrijk vinden medici dat burn-out helemaal geen ziekte is.

Volgens de Académie Nationale De Médecine zijn de symptomen van burn-out zo uiteenlopend dat het onmogelijk is om dit als ziekte te diagnosticeren. Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCB) omschrijft burn-out als een syndroom met drie hoofdkenmerken:

  • Emotionele uitputting (leeg zijn);
  • Depersonalisatie (vervreemding van andere personen uit de omgeving) welke zich uit in kille, cynische, afstandelijke en onpersoonlijke houding naar de personen waar men dagelijks mee werkt;
  • Verminderde persoonlijke bekwaamheid, vaak gepaard gaande met gevoelens van tekortschieten en twijfel aan eigen kunnen.

Burn-out

Volgens de Académie kan burn-out lijken op verschillende aandoeningen: een aanpassingsstoornis, PTSS of een depressie. Maar in de beschrijving van ziekten (nosografie) komt burn-out volgens de Académie niet voor. Er zijn wel meetinstrumenten waarmee burn-out kan worden vastgesteld, maar dat zijn geen diagnostische instrumenten, stelt de Académie.

Preventie

Dat wil overigens niet zeggen dat de Franse geleerden het bestaan van burn-out ontkennen. De preventie of behandeling ervan moet volgens de Académie rekening houden met psychosociale factoren zoals werkdruk, de emotionele eisen die aan een werknemer worden gesteld, de autonomie van de werknemer – of juist het gebrek daaraan – sociale steun, vaardigheden om met conflicten om te gaan en baanonzekerheid. Ook moeten de persoonlijke risicofactoren zoals een psychische kwetsbaarheid in ogenschouw worden genomen, aldus de Académie.

Beroepsziekte

Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden.

> Lees meer over een praktische aanpak van beroepsziekten in het boek Beroepsziekten voorkomen.

image_pdf

Deel dit bericht via:


    29 comments

    1. Zelf burn-out gehad in 2000. Diverse wetenschappelijke onderzoeken hebben uitgewezen dat we het hierbij wel degelijk hebben over een ziekte. De kop van het artikel is nogal misleidend. Zie ook: http://www.elsevier.nl/kennis/article/2015/05/wat-er-in-de-hersenen-gebeurt-voorafgaand-aan-een-burn-out-1759696W/

    2. Twee groepen opmerkingen:

      1.
      Een diagnose is een poort om gerichte interventies mogelijk te maken. een term zoals burn-out biedt daartoe dan ook gerichte mogelijkheden. Of je het nu Jantje of Pietje noemt.
      Het klopt wel dat er nogal eens andere, in DMS V beschreven aandoeningen min of meer verscholen achter de burn-out voorkomen / daar deel van uitmaken. Er moet dan ook altijd een gedegen analyse plaats vinden van oorzaken, klachten, symptomen, beperkingen en eigenaarschap. Juist dan kan vervolgens duidelijk worden wie welke interventies doet om (a) voldoende balans te hervinden om weer bedongen arbeid uit te voeren en (b)ën hervallen te voorkomen.

      2.
      De begrippen ‘ziekte’ en ‘gezondheid’ zijn te definiëren (alles is te definiëren) maar het operationaliseren van een definitie kan verduiveld lastig zijn. Zo blijkt het vrijwel onmogelijk om de aloude definitie van gezondheid van de WHO uit 1948 handen en voeten te geven. Een veel interessantere definitie is verschenen in het British Medical Journal (BMJ) in 2011. Een dynamische definitie die het accent niet legt op ‘ziekte’ maar op het omgaan met gezondheid en ziekte. In mijn woorden ‘the ability to self manage and to adapt’. Het gaat dan vooral om de mate waarin iemand maatschappelijk kan deelnemen. Ik ga hier niet in op de interessante discussie die losbarstte na het artikel in het BMJ.

      Als we daarvan uit gaan, dan gaat het om coping, functioneren en investeren in persoonlijke balans, met of zonder ziekte (of ‘ziekte’) en blijken velen van de krap 30% van de beroepsbevolking wel degelijk in staat te zijn om te participeren in arbeid. Sterker nog, je ziet die definitie terug in de, gemiddeld, bovengemiddelde inspanningen van die groep om daadwerkelijk te participeren in arbeid (los van de vraag of dat ook feitelijk lukt, wat ook weer te maken heeft met de mate waarin een arbeidssysteem bereid is om ‘to adapt and to manage -‘.). Daar zijn wetenschappelijk verkregen aanwijzingen voor.