Home > Jurisprudentie > Geen zegen op klusgroep parochie

Geen zegen op klusgroep parochie

19-09-2016

ouwe klusjesman_127372598

Is de parochie van het Aartsbisdom Utrecht aansprakelijk als een van de vrijwilligers uit de ‘klusgroep’ een val maakt met ernstige gevolgen?

De parochie van het Aartsbisdom Utrecht heeft tien personen in dienst. Onder leiding van een van hen is in 2006 een ‘klusgroep’ met vrijwilligers opgericht.

In september 2012 gaat de klusgroep met toestemming van het parochiebestuur verlichting plaatsen op het dak van de kerk om de muur en de toren te verlichten. Een 65-jarige vrijwilliger gaat het dak op om de juiste richting van de lampen te bepalen. Hij valt en loopt ernstig letsel op. Hij stelt de parochie aansprakelijk voor zijn schade. In een deelgeschilprocedure is geoordeeld dat de Parochie niet aansprakelijk is, maar er is tussentijds hoger beroep opengesteld.

Werkzaamheden klusgroep vallen binnen bedrijfsuitoefening parochie

Het hof is van oordeel dat hier sprake is van ‘bedrijfsuitoefening’ in de zin van art. 7:658 lid 4 BW. De parochie kent een duidelijke structuur en binnen de klusgroep was sprake van een zekere gezagsverhouding. De klusgroep is bovendien door de parochie opgericht. De parochie genereert inkomsten uit het verlenen van diensten en het verhuren van onroerend goed. De klusgroep onderhoudt dit onroerend goed waar nodig. De werkzaamheden van de klusgroep vallen volgens het hof ook binnen de uitoefening van het bedrijf van de parochie. In een overlegverslag staat dat het slachtoffer met een ander lid van de klusgroep de torenverlichting zou uitproberen. Hij voerde dit werk dus uit met medeweten en goedkeuring van de parochie.

Slachtoffer valt binnen beschermingsbereik artikel 7:658 lid 4 BW

De parochie is ook verantwoordelijk voor het beheer en het onderhoud van het kerkgebouw en het kerkhof. Dat duidt erop dat de door het slachtoffer verrichte werkzaamheden feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van de parochie behoorden. De parochie had zelf werknemers in dienst die deze werkzaamheden ook hadden kunnen doen. De wet vereist niet dat deze werknemers de werkzaamheden ook daadwerkelijk uitvoerden. Het slachtoffer valt daarmee binnen het beschermingsbereik van art. 7:658 lid 4 BW. De parochie is tekortgeschoten in haar zorgplicht: zij gaf geen veiligheidsinstructies en trof geen veiligheidsmaatregelen. Dat sprake was van een eenvoudige en ongevaarlijke klus heeft het slachtoffer gemotiveerd betwist. Het was donker, hij werkte op hoogte en hij moest meerdere dingen tegelijk doen. Het hof veroordeelt de Parochie tot betaling van 50.000 euro als voorschot.

 

Bron: Gerechtshof Arnhem 28 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5294; JAR 2016, 193
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo Actualiteitendag op 17 november 2016.

image_pdf

Deel dit bericht via: