Nieuw
Home > Jurisprudentie > Inzagerecht personeelsgegevens beperkt

Inzagerecht personeelsgegevens beperkt

01-05-2012

Een werkneemster bij een bank verzoekt in januari 2009 op grond van art. 35 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) schriftelijk om een overzicht en een afschrift van haar persoonsgegevens die door haar werkgever zijn verwerkt.

Wanneer zij niet alles krijgt, vraagt zij eind april 2009 de rechtbank om de werkgever te sommeren een volledig overzicht te verstrekken. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af, omdat deze, nadat er een afspraak over onderling overleg was gemaakt, niets meer van de vrouw vernomen had.

 

De vrouw gaat tegen deze beslissing in beroep. Het hof overweegt dat de partijen van mening verschillen over de vraag of de werkgever ook de correspondentie over het arbeidsgeschil met de vrouw tussen de afdeling arbeidszaken en andere afdelingen van het bedrijf had moeten geven. Het gaat om een e-mail van de voorzitter van de ondernemingsraad aan de raad van bestuur en correspondentie tussen de advocaat van de werkgever (die daar destijds op detacheringsbasis werkte) en de afdeling arbeidszaken.

 

Het hof is van oordeel dat dit niet het geval is. Het inzagerecht van art. 35 Wbp is niet onbeperkt. Het strekt zich niet uit tot interne notities die de persoonlijke gedachten van medewerkers bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad. Een definitief rapport dat op grond van deze interne notities wordt opgemaakt, valt daar weer wel onder. Dit wordt niet anders als de persoonlijke aantekeningen/gedachten schriftelijk, waaronder begrepen ‘elektronisch’, worden gedeeld met andere medewerkers.

Het verzoek wordt afgewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

image_pdf

Deel dit bericht via:


YouTube