Home > Blogs > Manifest der robotisering

Manifest der robotisering

18-04-2016

popma foto

Een spook waart door Europa – het spook van de Robot. Alle machten van het oude Europa hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen dit spook verbonden – de sociologen van marxistische snit, de economen met hun ijdele hoop op volledige werkgelegenheid, en de 20e-eeuwse juristen met hun vermolmde geloof in de bescherming van de werknemer.

Zij voeren achterhoedegevechten. De robotisering wordt immers reeds door alle Europese machten als een onvermijdbare macht erkend (er wordt althans zwaar in geïnvesteerd). Het is dan ook hoog tijd dat de robots hun opvattingen, hun oogmerken, hun tendensen openlijk voor de gehele wereld ontvouwen en tegenover het sprookje van het spook van de robots een manifest van de robots zelf plaatsen.

Revolutionaire kracht

Daarbij dient onder ogen te worden gezien dat de robot een hoogst revolutionaire kracht is en zal blijken te zijn. Want de exponentiële groei en convergentie van moderne technologieën heeft in nauwelijks één generatie “massenhaftere und kolossalere Produktionskräfte geschaffen als alle vergangenen Generationen zusammen. [..] Welches frühere Jahrhundert ahnte, daß solche Produktionskräfte im Schoß der gesellschaftlichen Arbeit schlummerten?”

Enfin, genoeg pastiche nu op het Communistisch Manifest – hoewel de opmars der robots genoeg aanleiding biedt voor grijsgedraaide Marxistische clichés. Zo voorzien MIT-onderzoekers Brynjolfsson & MacAffee en Silicon Valley Entrepreneur Martin Ford de Velendung van de middenklasse, een winner-takes-all economie, gekenmerkt door een vergaande tweedeling tussen een rijke bovenlaag en een grote groep werknemers in triest stemmende banen en bittere armoede. De veelgeciteerde Oxford-economen Frey & Osborne en zelfs accountancy- en adviesbureaus Deloitte schetsen een toekomst waarbij ruwweg de helft van alle banen zal zijn overgenomen door robots. We zien het lompenproletariaat reeds door de straten zwalken.

Onstuitbare opmars

Old school arbeidersgejammer is het, en een gebrek aan acceptatie van het onvermijdelijke. Wie denkt dat toekomstige massawerkloosheid en de kennelijk onevenwichtige verdeling van de nieuwe rijkdom brandstof zullen zijn voor de lang verbeide klassenstrijd, heeft geen oog voor de overvloed die voor ons ligt.

Neen, de stroom van de robotisering rijst al meer en meer. Het tij is niet te keren, in weerwil van alle al te beschaafde beschouwingen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Rathenau Instituut en, komende zomer, het advies van de Sociaal-Economische Raad over “Robotisering en Arbeid”. De SER zal, net als minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, proberen ‘de effecten van technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen’ te temperen, de onstuitbare opmars van de robot in goede banen te leiden. Ach, wat is men beducht voor verlies van werkgelegenheid, voor platformisering van de arbeid, de vergankelijkheid van 20e-eeuwse arbeidsverhoudingen, de zekerheden van het goede oude arbeidsrecht. Het zijn de laatste stuiptrekkingen van de tot bourgeois geworden arbeider.

Werkgelegenheid

Om met het eerste punt te beginnen: de werkgelegenheid. Welnu, het zal wel. Sommigen jammeren over het verlies aan werk – alsof werk de levensvervulling van de mens zou zijn. Kijk er de jonge Marx nog maar eens op na. Uiteraard zitten er allerlei beleidsmatige vragen aan massale werkloosheid, zoals het vraagstuk van herverdeling van arbeid of Kurzarbeit, maar dat is een vraagstuk dat bijkans cyclisch terugkeert. Bovendien zijn er naast de doemdenkers ook economen die uitgaan van herstel van werkgelegenheid en versnelde groei na inderdaad turbulente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Overvloed is ons voorland, zoals sommige revolutionairen terecht opmerken. En de ongebreidelde opmars van de robot is de weg naar de vrijheid.

Zo zal de robot de oplossing bieden voor de verguisde ‘ddd’-banen: dull, dangerous and dirty jobs. Om die banen te vervangen, zal de robot onbelemmerd toegang moeten krijgen tot de werkplaats. Nu nog is de robot om veiligheidsredenen gebonden aan een afgeschermde ruimte, maar het aantal ‘collaborative robots’ stijgt gestaag. Robots die vrij op de werkplek kunnen bewegen, in interactie met ‘gewone’ werknemers taken verrichten en daarbij in rechtstreeks contact kunnen komen met werknemers op de werkvloer. Racing with the machine, zoals Brynjolfsson en MacAffee aangeven.

Samenwerking

Uiteraard zullen in die samenwerking, zeker in den beginne, fricties ontstaan. De meest voor de hand liggende vraag is die van de aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen die worden veroorzaakt door collaborative robots. De jurist siddert in het bijzonder voor botsingen met werknemers, maar ook bijvoorbeeld voor ernstige verwonding door las- of snijrobots. Alsof de gewone werknemer geen ongelukken veroorzaakt! In overvloed – jaarlijks zo’n 15.000 dodelijke ongevallen, alleen al in Europa, en wereldwijd 350.000. Neem maar aan dat collaborative robots juist minder ongevallen zullen veroorzaken. En als dit dan toch gebeurt, gelden bij dergelijke ongevallen de uitgangspunten van werkgeversaansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW. De robots dienen te voldoen aan de eisen die op grond van de Machinerichtlijn worden ontwikkeld, in het bijzonder specifieke nieuwe normen voor collaborative robots (o.a. ISO 10218 en ISO/TS 15066). Geen enkel beletsel voor de collaborative robot dus.

Daarnaast biedt de robot ongekende mogelijkheden om ook de inzet van ‘gewone’ werknemers te optimaliseren. Collaborative robots zijn uitgerust met geïntegreerde sensoren om zich op de werkplek te kunnen oriënteren én, teneinde botsingen te voorkomen, werknemers in hun naaste omgeving te detecteren. Dergelijke sensoren kunnen uiteraard ook gebruikt worden om het gedrag van die werknemers te monitoren – iets wat hun discipline en productiviteit zeer ten goede zou komen. Daarin wordt de robot echter geremd door de huidige arbeidswetgeving. Zo is monitoring van werknemers alleen toegestaan als daar een “legitiem doel” aan ten grondslag ligt (art. 7ff Wbp). Maar waarom zou het in de gaten houden van de inzet van werknemers geen legitiem doel zijn?

Voor een effectievere samenwerking tussen mens en robot is het juist wenselijk om de robot uit te rusten met alle mogelijkheden om die samenwerking te optimaliseren. Er bestaan, anno 2016, robots die zijn uitgevoerd met gezichtsherkenning, emotieherkenning, geurdetectiesystemen en/of leugendetectie. Dergelijke systemen bieden een waaier aan mogelijkheden. Zo kan emotieherkenning ertoe leiden dat robots zich om hun menselijke collega bekommeren, wat zal bijdragen aan een spoedig herstel van de balans – zeker bij het gebruik van robots die in staat zijn om empathie te simuleren. Ook kunnen emotioneel instabiele werknemers door de robot verwezen worden naar de bedrijfsarts. Geurdetectie kan ertoe leiden dat werknemers met een ernstige ziekte (diabetes, zelfs sommige vormen van kanker) door de robot kunnen worden opgespoord en worden aangemeld bij de bedrijfsarts of, in geval van een alcoholprobleem, bij de werkgever. Gebruik van dergelijke technieken, die nu reeds voorhanden zijn, is nu nog in strijd met de privacy, de wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte en, in de sollicitatiefase, de Wet op de Medische Keuringen. Dergelijke wetten staan optimalisering van het menselijk arbeidsleger ernstig in de weg. De categorie ziek, zwak en misselijk is er één die de overvloed in de weg staat.

Leugendetectie

Hetzelfde geldt voor wetgeving op het gebied van leugendetectie. Leugendetectie is een ideaal middel voor werkgevers in verband met eventuele sollicitatieprocedures, waarvoor tegenwoordig ook robots ingezet worden. Leugendetectie op de werkplek is echter met name in de Verenigde Staten streng gereguleerd in de Employee Polygraph Protection Act (EPPA). De EPPA bepaalt dat een werkgever op geen enkele manier van zijn sollicitant of werknemer mag verzoeken dat deze meewerkt aan een leugendetectortest. Ook ontslag op basis van een leugendetectietest is verboden. Maar welk maatschappelijk doel is er eigenlijk gediend met de bescherming van liegende werknemers?

Overigens zijn deze beletselen uit het arbeidsrecht slechts een tijdelijke hindernis naar het bereiken van het onvermijdelijke: de uiteindelijke robotisering van het gehele productieproces en de verwerving van het directierecht door de robot.

Slaaf of superieur?

De laatste reden waarom de arbeidswetgeving ingrijpend gewijzigd zou moeten worden, is namelijk van meer principiële aard. Robots zijn sinds de jaren 20 beschouwd als slaaf. De term ‘robot’ komt immers van het Tsjechische woord voor ‘dwangarbeid’. Nomen bleek omen. Robots zijn echter veruit superieur aan de mens – of zullen dat in de nabije toekomst zijn. Het is niet een kwestie óf, maar wannéér robots intelligenter zullen zijn dan mensen. In dit licht bezien, is het in de nabije toekomst onvoorstelbaar dat bedrijven zich nog langer het faillissement in zullen laten jagen door incompetente managers en zelfs ‘corporate psychopaths’. Robots zijn, op termijn, tot evenwichtiger besluiten in staat dan door testosteron aangevuurde alfa-mannetjes. Waarom zouden dergelijke superintelligente robots dan geen zitting kunnen nemen in de Raad van Commissarissen, een voorrecht dat op grond van art. 2:57 BW nu nog aan natuurlijke personen is voorbehouden – mensen van vlees en bloed, met alle beperkingen die hen eigen zijn? Of zelfs bestuurder worden?

Waarom, om het nog principiëler te stellen, vallen robots, met superieure rede uitgeruste wezens, niet ook onder artikel 4 van het EVRM – of beter, waarom bestaat er nog geen Verdrag voor de Rechten van de Robot?

Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildemeester en gezel, kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens bedekte dan weer open strijd, een strijd die ieder keer eindigde met een revolutionaire omvorming van de gehele maatschappij of met de gemeenschappelijke ondergang van de strijdende klassen. Met de ontwikkeling van de ‘second machine age’ wordt onder de voeten van de bourgeoisie de bodem zelf weggetrokken, waarop zij produceert en zich de producten toe-eigent. “Sie produziert vor Allem ihre eigenen Todtengräber.” Haar ondergang en de zege van de robot zijn even onvermijdelijk.

Jan Popma | senior onderzoeker arbeidsomstandigheden en Universitair docent arbeidsomstandighedenrecht Universiteit van Amsterdam.

Deze bijdrage verscheen eerder op 020ar.

 

robotisering en werk> Jan Popma is dagvoorzitter op het congres Robotisering & werk – De match tussen mens en machine, op donderdag 16 juni 2016 in SuperNova, Jaarbeurs Utrecht.

> Bekijk het dossier Robotisering op arbo-online.nl

image_pdf

Deel dit bericht via: