Home > Jurisprudentie > Polsletsel, met of zonder wringer

Polsletsel, met of zonder wringer

27-11-2017

wringer_681780385

Een interieurverzorgster stelt haar werkgever aansprakelijk voor haar polsletsel. Zij claimt dat het letsel is ontstaan door haar schoonmaakwerk zonder wringer. Ziet de kantonrechter dit causale verband ook?

Een vrouw werkt sinds september 2004 als interieurverzorgster bij een meubelwinkel. Op een min/max-contract werkte zij ongeveer 22 uur per week, verdeeld over vier dagen. Haar taak is het schoonmaken van diverse ruimtes. Tussen 2006 en 2009 werkte zij in de weekenden als gastvrouw en voorzag het winkelend publiek van hapjes en drankjes. Daarna is zij weer uitsluitend schoonmaakster. Het schoonmaakwerk gebeurt zonder hulpmiddel. De huisarts constateert in 2008 dat zij last heeft van haar polsen, maar er volgt geen behandeling.

Werkgever stelt kar en wringer ter beschikking

De vrouw heeft nooit klachten geuit. Zij heeft alleen in een functioneringsgesprek in 2012 aangegeven dat de werkdruk hoog was. In juni 2013 is zij privé in haar auto van achteren aangereden. Zij ondergaat meerdere operaties. In het kader van de re-integratie eind 2014 stelt haar werkgever op advies van de bedrijfsarts enkele hulpmiddelen (kar en wringer) ter beschikking. Zo kan de vrouw haar polsen wat ontzien. In december 2015 stelt zij haar werkgever aansprakelijk voor de schade aan haar polsen.

Met een kar en wringer kan werkneemster haar polsen wat ontzien

Causaal verband tussen polsletsel en geen wringer?

Volgens de kantonrechter draait het om de vraag of het polsletsel verband houdt met het ontbreken van een wringer. In het kader van de zorgplicht van artikel 7:658 BW moet de werknemer ten minste aannemelijk maken dat de gezondheidsklachten door de werkzaamheden zijn ontstaan. In deze zaak acht de rechter het verband tussen het letsel en de arbeidsomstandigheden echter te onzeker. Schoonmaakwerk is fysiek belastend, dat staat buiten kijf. Het gaat erom of het werk een zodanige (over)belasting van haar polsen heeft veroorzaakt, dat de werkgever dit niet had mogen opdragen zonder een wringer ter beschikking te stellen.

Aard polsletsel strookt niet met schoonmaakwerk

Het werk was sterk gevarieerd: van dweilen, stofzuigen en afstoffen tot prullenbakken legen. De werkneemster kon het werk zelf indelen en  de voor haar pols belastende werkzaamheden afwisselen met andersoortig werk. De stelling van de werkneemster – dat zij dag-in-dag-uit, week na week en jaar na jaar steeds dezelfde repetitieve (schroef)bewegingen moest maken – is daarmee onjuist. Ook de aard van het polsletsel geeft de rechter geen reden aan te nemen dat het schoonmaakwerk de oorzaak is. Volgens medische deskundigen kan een gescheurd bindweefselbandje alleen ontstaan door een plotse blootstelling aan een grote kracht, zoals bij het verkeersongeval. De vordering wordt afgewezen.

 

Bron: Kantonrechter Utrecht, 20 september 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4692
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> Tip: bijblijven met jurisprudentie en de Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag.

image_pdf

Deel dit bericht via:


    Reageer

    Uw emailadres wordt niet gepubliceerd, velden met een * zijn verplicht.

    *

    Neem onderstaande anti-spam code over: