Home > Preventie > ‘Preventiemedewerker is geen dropbox’

‘Preventiemedewerker is geen dropbox’

08-05-2014

Het enthousiasme van preventiemedewerkers is vaak ook hun valkuil. Wie te veel verantwoordelijkheid op zich neemt, loopt zelf stuk. Hoe vindt je de balans tussen gedrevenheid en zelfbehoud?

Peter Henneveld, coach en trainer met ruime ervaring als veiligheidskundige, waarschuwt dat preventiemedewerkers maar al te vaak een aapje op hun nek meedragen. “Mensen droppen een vraag bij de preventiemedewerker en verwachten dat hij alles voor ze oplost. En dat probeert hij dan ook, omdat hij zich schuldig voelt als dat niet lukt. Maar de preventiemedewerker is niet verantwoordelijk voor veiligheid en gezondheid in de organisatie. Dat is de leidinggevende.”

Wettelijke taken

Wie gevraagd wordt als preventiemedewerker, moet vaak nog heel erg zoeken naar de manier waarop hij deze rol kan invullen, zegt Henneveld. De wet geeft weinig duidelijkheid. De drie wettelijke taken van de preventiemedewerker zijn: Het (mede) opstellen en uitvoeren van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), het adviseren van en nauw samenwerken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging over de te nemen maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid, en vervolgens deze maatregelen mede uitvoeren. De wet schrijft bovendien voor dat de preventiemedewerker voldoende tijd moet krijgen voor het uitvoeren van zijn taken. Aan dat laatste schort het nogal eens, weet Henneveld. “Preventiemedewerkers zijn vaak mensen met een combi-functie; ze doen het naast hun gewone werk. De hoeveelheid tijd die ze krijgen voor het preventiewerk is nauwelijks in balans met het takenpakket. Ze worden bestookt met vragen, en lopen dan vast op het kennisstuk. En dan gaan ze sjouwen, ze gaan ontzettend hard hun best doen om te voldoen aan de verwachtingen van de leidinggevende en de organisatie.”

Discussie

Het probleem zit hem deels in het feit dat het onduidelijk is wat er eigenlijk van een preventiemedewerker mag worden verwacht, zegt Henneveld. “Hij wordt vaak gezien als een soort dropbox. 'Oh we hebben een preventiemedewerker, leg het probleem maar bij hem neer'. Maar als het gaat om gezond en veilig werken, dan zijn er veel dingen die heel specialistisch zijn, waarvoor je eigenlijk expertise van buitenaf in moet roepen. Aan de andere kant houden preventiemedewerkers ook veel dingen op hun eigen bordje, terwijl ze door de rest van de organisatie niet altijd worden gezien als een volwaardige deskundige.”

Een preventiemedewerker moet daarom een helder contract afsluiten met zijn leidinggevenden, adviseert Henneveld. “Dan bedoel ik niet een stuk papier waaronder beide partijen hun handtekeningen zetten, maar wel goede afspraken: 'Wat verwacht je van mij en hoe kan ik die verwachtingen concreet invullen? Wanneer moet ik de expertise inroepen van een arbodeskundige? Maak maar eens een overzicht van alle taken die er zijn en maak inzichtelijk hoeveel tijd dat kost. Het is heel belangrijk dat je weet wat je positie is binnen het bedrijf. Wat verwacht de leidinggevende van je? Die discussie moet je als preventiemedewerker kunnen en durven voeren.”

Coach

Een preventiemedewerker moet volgens Henneveld niet de illusie hebben dat hij alle problemen kan oplossen, en dat moet hij ook helemaal niet willen. “Je moet werken als een coach. Dat is per definitie iemand die de ander ondersteunt. Hij gaat niet zelf aan het werk. Als een leidinggevende dan zegt: 'Mijn hele afdeling heeft nekklachten van het werken achter de computer' moet jouw reactie niet zijn: 'Oke, ik ga er wel naar toe', want eigenlijk is het zijn vraagstuk, niet het jouwe. Je moet vragen stellen: 'Wat is er nu echt aan de hand? Hebben alle twintig mensen nekklachten, of zijn het er drie? Wat hebben wij als organisatie hierin te doen, en wat ga jij als leidinggevende hieraan doen?'”

Coachingsvaardigheden zijn niet iedereen gegeven, maar Henneveld ziet dat niet al te somber in. “Ik denk dat heel veel mensen coachend kunnen werken, zeker als je een luisterend oor hebt.” Wel vraagt het volgens hem om een andere manier om te kijken naar het werk van de preventiemedewerker. “Het werken aan communicatievaardigheden is nog belangrijker dan de inhoudelijke kennis. In de meeste opleidingen voor preventiemedewerkers is het zo dat 80 tot 90 procent van de stof gaat over de inhoud, en dat er dan nog een heel klein stukje gaat over hoe je omgaat met weerstand en hoe je draagvlak verkrijgt. Dat zou wat mij betreft omgekeerd mogen zijn.”

Werkdruk

Preventiemedewerkers hebben vaak enorm veel hart voor de zaak en een passie voor arbo, zegt Henneveld. Maar zo waarschuwt hij, je moet realisme hebben naast je idealisme. “De randvoorwaarden moeten wel in orde zijn. Als je een uurtje per week krijgt, terwijl je in een organisatie werkt met veel risico's, dan is het onzinnig om er aan te beginnen. Ook als je merkt dat je moe wordt van de druk die erop je gelegd wordt, moet je overwegen de taak terug te geven, voordat je zelf uitvalt door de werkdruk. Werk mag niet alleen maar energie kosten. Je moet zoeken naar balans en zorgen voor jezelf. Als je zelf niet in je werk gelooft, geloven anderen het ook niet.”

Peter Henneveld vertelt tijdens de Dag van de Preventiemedewerker op 26 juni aan de thematafel Het aapje op je nek alles over de eigen rol, positie en coachende houding van de preventiemedewerker. Klik hier voor meer informatie en inschrijven.

image_pdf

Deel dit bericht via: