Home > Inspectie > Soms gaat de boete wél omlaag

Soms gaat de boete wél omlaag

16-01-2017

pijl omlaag_319676114

Soms zit het mee, soms zit het tegen. De huidige arboboetes kunnen behoorlijk fors uitvallen. Lukt het deze werkgever wél om zich succesvol te beroepen op een van de vier matigingsgronden?

Een landbouwmechanisatiebedrijf verhandelt en repareert tractoren, landbouwwerktuigen en industriemachines. In januari 2015 wordt de versnellingsbak van een tractor gerepareerd en getest.

Overtreding artikel 3.17 Arbobesluit

Daarvoor zijn de achterwielen gedemonteerd, de achteras staat op bokken. De voorwielen staan nog wel op de grond. Onder de trekhaak staat een hydraulische krik. De achterkant van de tractor rust op de bokken en niet op de krik. Bij het testen staat de chef werkplaats met zijn voet op de krik. Bij het beproeven van de achteruit schiet de tractor van de bokken. De chef raakt bekneld tussen de krik en de tractor met ernstig letsel als gevolg. Na onderzoek door de Inspectie SZW volgt een boete van 2.700 euro wegens overtreding van art. 3.17 Arbobesluit. Na vergeefs bezwaar tekent de werkgever beroep aan.

Boetenormbedrag voor beboetbaar feit

Volgens de rechtbank is de Arbowetgeving overtreden. Dit levert een beboetbaar feit op met een boetenormbedrag van 9.000 euro. Op grond van artikel 5:46, tweede lid Algemene wet bestuursrecht, moet de hoogte van de boete worden afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin dit de werkgever te verwijten valt. De minister hanteert daarbij de ‘Beleidsregels boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving‘. Artikel 11 geeft vier matigingsgronden voor telkens 25 procent minder boete.

Artikel 11 geeft vier matigingsgronden voor telkens 25 procent minder boete

Wel een veilige werkwijze ontwikkeld

De risico’s van reparatiewerk aan versnellingsbakken staan niet in de RI&E. Matiging op deze grond is daarom terecht niet aan de orde. De bokken – met elk een draagkracht van 12 ton – waren op zich geschikt om een tractor van circa 7,5 ton op te plaatsen. Daarmee was een veilige werkwijze ontwikkeld. De minister heeft betoogd dat, wegens ontbreken van een voorgeschreven, veilige werkwijze, het ook niet mogelijk was om instructies te geven. En dat adequaat toezicht ontbrak. De rechtbank volgt deze uitleg van de Beleidsregel echter niet. Dit zou immers betekenen dat pas tot matiging van de overige matigingsgronden kan worden overgegaan als aan de eerste matigingsgrond is voldaan.

Afstand van cumulatieve matigingsgronden

Maar met de wijziging van artikel 11 van de Beleidsregel (per 18 december 2015) is nu juist nadrukkelijk afstand genomen van het systeem van cumulatieve matigingsgronden. De rechtbank neemt in aanmerking dat dit soort werk regelmatig plaatsvond. Het slachtoffer was chef werkplaats en een geschoold landbouwtechnicus, in bezit van het VCA-VOL-diploma. Hij vervulde ook een rol als toezichthouder. Van de werkgever kan niet worden gevergd dat hij meer toezicht houdt dan hij reeds deed. De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet aan de matigingsgronden is voldaan. Daarmee is het beroep gegrond. De boete wordt verminderd tot 1.800 euro.

> Soms zit het mee, soms tegen. Lees ook deze casus waarin de boete niet omlaag ging.

 

Bron: Kantonrechter Breda, 11 oktober 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:7457
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> Lees meer over de RI&E, download de GRATIS whitepaper.
> TIP: Bijblijven met jurisprudentie en de gewijzigde Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag op 11 april 2017.

image_pdf

Deel dit bericht via: