Home > Duurzame inzetbaarheid > Hoe vakmannen duurzaam inzetbaar blijven

Hoe vakmannen duurzaam inzetbaar blijven

13-10-2017

duurzaam inzetbaar

‘Geen vakman meer te krijgen.’ Menigeen heeft die verzuchting geslaakt de laatste vijf tot tien jaar. Toch zit er wel waarheid in, blijkt uit het promotieonderzoek van Bert Breij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU).

Vooral de oudere vakmens geeft er meer en meer de brui aan. Achter die vrij simpele constatering schuilt een behoorlijk ernstig probleem. Zeker als de beroepsbevolking duurzaam inzetbaar moet worden.

Want het zijn juist de gezonde oudere werknemers die eerder stoppen met werken. Waarom? Ze zijn het zat. Ze voelen hoogstens nog een zakelijke betrokkenheid bij hun werkgever. Zelf hadden ze de laatste vijf jaar al geen binding meer met het bedrijf waar ze voor werken. En de overheid vinden ze een onbetrouwbare factor waar je voor je oudedag echt niet meer op moet rekenen. Ze willen hun leven anders inrichten. Ze benutten de kansen om vroegtijdig uit te treden. Ze hebben al lang genoeg gewerkt, vinden ze.

Wereld van ongenoegen

Niet dat ze een hekel hebben gekregen aan hun werk. Ze houden nog steeds van hun vak, en van hun collega’s. Dat zijn en waren de belangrijkste factoren om door te gaan. Maar zo langzamerhand is het genoeg geweest. Hierachter gaat een wereld van ongenoegen schuil, in het onderzoek samengevat als ‘reorganisaties, nieuwe eigenaren, nieuw management en prestatienormen, nieuwe werkmethoden, verlies aan gevoel van zelfstandigheid, en verlies aan gevoel van respect.’ Ook een afstandelijke houding van de werkgever speelt mee (‘Eerder met pensioen? Moet je zelf weten’).

Op tijd eruit

Persoonlijke vrijheid is belangrijker dan geld. Op latere leeftijd is het tijd voor wat anders, dat gevoel komt op. Liever op tijd eruit stappen, dan kan je nog van de rest van je leven genieten, zo lijkt het motto. Wat heb je er anders aan gehad? De partner blijkt de grootste invloed op het nemen van die beslissing. Overigens speelt het probleem niet alleen bij oudere vakmensen. Ook in het onderwijs en bij de overheid haakt een ‘cohort’ aan oudere werknemers met een perspectiefrijk en veelzijdig arbeidsleven vrijwillig eerder af, volgens de samenvatting bij het promotieonderzoek.

Liever op tijd eruit stappen, dan kan je nog de rest van je leven genieten

De pensioenval

Het onderzoek maakt volgens Breij duidelijk dat psychologische factoren als onvoldoende waardering van je werkgever en weinig zekerheid vanuit de samenleving domineren bij de beslissing om vroeg te stoppen met (betaald) werk. De uitkomsten geven volgens de promovendus alle aanleiding om op nationaal niveau te onderzoeken op welke schaal het vroegtijdig uittreden van deze vaklieden plaatsvindt. De Breij is niet de enige onderzoeker die wijst op de nadelen van doorwerken op ‘latere leeftijd’, zeker in fysiek zware beroepen. Gezondheidseconoom Ravesteijn onderzocht in 2016 het effect van personeelsbeleid op de gezondheidsverschillen tussen armere en rijkere mensen. Het bevestigt een inmiddels bekend effect: mensen met lager betaald werk doen vaak fysiek zware arbeid, waar ze wel langer mee door moeten gaan omdat ze niet veel meer hebben dan AOW als ze met pensioen mogen. De beter betaalde banen zijn vaak fysiek langer vol te houden, maar de mensen die daarin werken hoeven niet langer door te gaan omdat ze het zich kunnen veroorloven om eerder met werken te stoppen.

Anderhalf jaar ouder

Toch kunnen mensen met zware beroepen zich volgens Ravesteijn na hun vijftigste beter laten omscholen. Anders lopen ze kans dat ze niet meer door kunnen werken, door de schade die ontstaat in hun fysiek zware beroep. Het gezondheidseffect van een jaar fysiek zwaar werk op latere leeftijd is vergelijkbaar met zestien maanden ouder worden. En bij mensen met weinig controle over de manier waarop ze elke dag moeten werken betekent een jaar doorwerken anderhalf jaar ouder worden.

Hulp bij omscholing

De fysiek meest zware beroepen zijn volgens Ravestein metselaar, timmerman, postsorteerder, bakker en verpleger. Als zij langer doorwerken in hun oude beroep, worden ze langer blootgesteld aan de effecten van werken die de gezondheid schaden, juist op een leeftijd waarop dat werk hen het zwaarst valt. Hulp bij omscholing is daarom gewenst, vindt Ravesteijn. Hij baseerde zich op kenmerken van 320 beroepsgroepen en gegevens over werk en gezondheid in Nederland en in Duitsland waar mensen 29 jaar lang werden geobserveerd. Zo kon Ravesteijn rekening houden met factoren die zowel selectie in beroepsgroepen als de gezondheid beïnvloedden.

Let op de waardering

Het is niet alleen de fysieke belasting die een beroep zwaar maakt. Ook de waardering van dat beroep heeft invloed op de gezondheid, volgens Ravesteijn. Dat sluit aan bij het onderzoek van de Breij. In Nederland geven mensen met laag gewaardeerde beroepen hun gezondheid drie keer zo vaak een slecht rapportcijfer dan mensen met hoog gewaardeerde beroepen. Hun sterftecijfer is tweemaal zo hoog, en ze raken tweemaal zo vaak arbeidsongeschikt.

Hou op met zeuren

Met meer waardering valt er in het streven naar duurzame inzetbaarheid dus nog een wereld te winnen. In allerlei beroepen en branches, maar met name bij vakmensen en mensen in (fysiek) zware beroepen, zou je kunnen concluderen. Meer nog dan met om-, her- en bijscholing. Want het werk vinden ze nog steeds leuk, idem de collega’s en de sfeer onderling. En nodig zijn vakmensen, technici en mensen in zware beroepen meer dan ooit. Waarom zouden professoionals aan hun hoofd blijven zeuren over scholing, snuffelstages en ‘wat anders gaan doen’? Zorg dat ze het onderling leuk hebben en ze gaan door.

Nee, blijf maar lekker zeuren!

Denk voor het antwoord op de vraag ‘waarom toch steeds dat ge-ontwikkel’ aan de zelfscannende kassa. De zelfrijdende hefkar en andere robots. De stratenlegmachine. Humanoids, mensachtige robots werken steeds vaker als receptioniste, kelner, hostess, en zelfs als politieagent. Cobots draaien met eindeloos repeterende bewegingen auto’s veel sneller en beter in elkaar dan mensen, en zelfrijdende karretjes (AGV’s) poetsen de hele dag onophoudelijk en zelfdenkend de vloer. Denk aan de zetters en drukkers van vroeger. Of de lantaarnopstekers van veel vroeger. Natuurlijk zijn er mensen bij nodig om het ‘ding’ goed te laten werken. Zeker. Die druk op hun werk (is het er over enkele jaren nog wel, kan ik er dan nog ander werk in vinden) voelen met name de oudere vakmensen. En het is juist bij hen een van de redenen om er voortijdig mee te stoppen.

Meer informatie: tijdens Inzet op Maat – vakevent over duurzame inzetbaarheid  ‑ kunt u daarom uit 30 keuzesessies het gereedschap kiezen dat het beste past bij de mensen in uw organisatie.

bron: Overduurzameneinzetbaarheid

 

image_pdf

Deel dit bericht via:


    Reageer

    Uw emailadres wordt niet gepubliceerd, velden met een * zijn verplicht.

    *

    Neem onderstaande anti-spam code over: