Home > Jurisprudentie > Veearts vat koe bij de horens

Veearts vat koe bij de horens

11-12-2017

koehoofd_hoorns_687663214

De aard van het werk van een veearts brengt risico op reacties van dieren met zich mee. Dat ervaart een veearts aan den lijve. Na een kopstoot van een koe en een onzachte aanvaring met een varken raakt hij arbeidsongeschikt. Hij claimt een deel van zijn schade bij zijn werkgever.

Een veearts werkt sinds juli 1999 in dienst van een dierenpraktijk (verder: werkgever). Aanvankelijk behandelt hij kleine huisdieren, later vooral varkens en runderen.

Kantonrechter kent schadevergoeding toe voor restclaim

In mei 2006 geeft een koe hem een kopstoot tegen zijn rechterbovenbeen. Na enkele dagen rust gaat hij weer werken. Eind augustus 2006 bezoekt hij een varkensboer om diens varkens in te enten. Tijdens die handeling springt een varken tamelijk onzacht tegen zijn zere knie, met nieuw letsel als gevolg. Op grond van art. 6:179 BW (aansprakelijkheid voor dieren) vergoedt de varkensboer 30 procent van de schade. De veearts is in maart 2010 voor 62% arbeidsongeschikt verklaard. Hij wil verder als dierenarts voor kleine huisdieren, maar de werkgever beëindigt het dienstverband in augustus 2013. De veearts claimt de rest van zijn schade op grond van 7:658 BW (goed werkgeverschap). De kantonrechter kent dit toe. Daarop gaat de werkgever in beroep.

 Ongeval met koe is mogelijk oorzaak van knieklachten

Het gerechtshof stelt vast dat het ongeval met de koe – met het knieletsel als gevolg – is ontstaan tijdens de uitoefening van de werkzaamheden. De aard van het werk van een veearts brengt risico op reacties van dieren met zich mee. Die heeft met medische rapporten aannemelijk gemaakt dat zijn gezondheidsklachten door het ongeval met de koe kunnen zijn veroorzaakt. Hij had die dag spoeddienst. Tijdens de behandeling trok de koe haar benen onder zich, zodat de linker achterpoot onder haar lichaam kwam te liggen. Toen de boer wegging om een touw te halen waarmee hij de poot onder de koe vandaan kon trekken, gaf de koe de kopstoot. Volgens de veearts heeft de werkgever zijn zorgplicht geschonden, omdat er geen touw beschikbaar was. De werkgever vindt dat een (ervaren) veearts zelf verantwoordelijk is voor zijn uitrusting, zeker nu de werkgever geen zeggenschap had over de locatie.

Geen instructie of controle werkgever van spoedkoffers

Maar dat betoog gaat niet op, evenmin als de stelling dat de veearts zijn spoedkoffer zelf had moeten controleren. En zo nodig touw op de praktijk had moeten halen. De werkgever moet er rekening mee houden dat werknemers niet altijd de nodige zorgvuldigheid in acht nemen om ongelukken te voorkomen. Er bestond geen instructie voor de controle van de spoedkoffers of het halen van touw op de praktijk. Ook is gesteld noch gebleken dat de werkgever toezag of de spoedkoffers op orde waren. Dat de veearts vooraf al had gezien dat de spoedkoffer niet volledig was, maakt dit niet anders. Van bewuste roekeloosheid is geen sprake. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de kantonrechter.

 

Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4429
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> Tip: bijblijven met jurisprudentie en de Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag.

image_pdf

Deel dit bericht via: