Nieuw
Home > Arbowet > Zorgplicht, het houdt een keer op

Zorgplicht, het houdt een keer op

05-09-2016

kniepijn_271409714

Een militair krijgt een ongeval met zijn knie tijdens de les Algemene Zelfverdediging. Valt dit onder de zorgplicht van de minister?

Een militair van de Koninklijke Marechaussee krijgt tijdens een Integrale Beroepsvaardigheidstraining (IBT) in januari 2013 een ongeval.

Minister weigert aansprakelijkheid voor dienstongeval

Bij de oefening in de les Algemene Zelfverdediging (AZV) moeten de deelnemers stoten en trappen weren. De militair wordt daarbij geraakt op zijn rechterknie. Hij heeft nog steeds klachten. De minister heeft het ongeval aangemerkt als een bedrijfsongeval. De militair stelt de minister aansprakelijk voor de materiële en immateriële letselschade. Die weigert de aansprakelijkheid te erkennen.

Ongeval betekent niet vanzelf schending zorgplicht

In hoogste instantie oordeelt de Centrale Raad van Beroep als volgt. Een ambtenaar heeft recht op vergoeding van de schade die hij bij zijn werk oploopt als het bestuursorgaan zijn zorgplicht niet is nagekomen. Die zorgplicht gaat niet zover dat het orgaan elk denkbaar risico op voorhand moet uitbannen. Het gaat erom dat alle noodzakelijke maatregelen zijn genomen die in de gegeven situatie redelijkerwijs kunnen worden gevergd om de veiligheid van het personeel te waarborgen. Het enkele feit dat een ongeval heeft plaatsgevonden betekent nog niet dat de zorgplicht is geschonden.

De militair heeft er bewust voor gekozen om aan het onderdeel AZV mee te doen

Militair maakte bewust keuze om mee te doen

De minister heeft aangevoerd dat de verdedigingstechnieken waarbij de militair zijn knieletsel heeft opgelopen, bestaan uit basistechnieken die iedere militair moet beheersen. De militair heeft dit niet weersproken. Voorafgaand aan de training heeft hij de instructeurs verteld dat hij in het verleden een knieoperatie heeft ondergaan. De instructeurs hebben hem daarop de keuze gelaten om al dan niet aan het onderdeel deel te nemen. De militair heeft die keuze dus bewust gemaakt. Er is op basis van de stukken en de toelichting van de minister geen reden aan te nemen dat de gecertificeerde instructeurs te weinig uitleg en aanwijzingen hebben gegeven.

Geen onzorgvuldigheid van de minister

De Raad neemt daarbij in aanmerking dat militair zelf heeft verklaard dat hij tot 2009 tientallen jaren ervaring heeft opgedaan met IBT. Hij heeft bij de intake voor de IBT in december 2012 een voldoende gekregen. Dat het niveau van zijn sparringpartner sterk verschilde van zijn eigen niveau, is niet aannemelijk gemaakt. Hetzelfde geldt voor de stelling dat deze sparringpartner zich extra fanatiek opstelde. De Raad ziet in de aangevoerde argumenten geen onzorgvuldigheid van de minister. Het beroep wordt verworpen.

 

Bron: Centrale Raad van Beroep, 11 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3032
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo Actualiteitendag.

image_pdf

Deel dit bericht via: